U bent hier

Back to top

Schuldbelijden buiten de ‘juridische’sfeer.

Als ik de correspondentie doorlees, krijg ik het idee dat niet altijd duidelijk is geworden wat ds. Suurmond met schuldbelijdenis en verzoening bedoelt.

Schuld en verzoening scheppen voor ons vaak - zie de zojuist genoemde voorbeelden- een ‘juridische’, een ‘forensische’ sfeer. (Forum betekent: de bevoegde rechter of rechtbank). Je bent dan aangeklaagd of je voelt je zo. Er word je rekenschap gevraagd van bepaalde gedragingen. Je misgedrag wordt bewezen. Je wijst dit af of je erkent schuld. Je pleit eventueel verzachtende omstandigheden en clementie. Je wacht het oordeel van het ‘gerecht’ af. En eventueel wordt je genoegdoening opgelegd.

In die gedachtegang moet de schuld der volkeren dan door de ‘rechtbank der historie’ worden bepaald. Maar deze zal moeilijk tot een blijvend eenparig oordeel komen. Welk oordeel zal bijvoorbeeld eens de historie over de kabinetsformatie van 1977 vellen?

Verschillende reacties geven de indruk dat nogal wat lezers de ‘schuldbelijdenis’ die ds. Suurmond bedoelt, in die juridische sfeer hebben opgevat: er zijn in het verre of in het nabije verleden jegens de Molukkers misdrijven gepleegd door ons Nederlandse volk; wij worden dan als nageslacht van die vaderen medeplichtig verklaard. Op grond daarvan wordt ons dan genoegdoening gevraagd, en moeten we voor de Molukkers wat doen om het weer goed te maken. In die juridische sfeer kun je die medeplichtigheid dan erkennen of ontkennen. Of ook verzachtende omstandigheden aanvoeren bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Men met dat alles bezien in het raam van die tijd’.

In dit klimaat ademen de artikelen van ds. Suurmond niet! Vergeving en verzoening hebben daarin een veel diepere dimensie. God doet de zonde weg. Hij bezoekt ze. Dat wil zeggen: Hij zoekt ze op. Hij vergeet ze niet zomaar! Maar dat betreft niet alleen de schuld, maar ook vooral de smet en de macht der zonde. In de brief aan de Hebreeën staat ergens, dat Mozes de tabernakel en al het gereedschap met bloed reinigde, want ‘zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving’ (9:21v).

De tabernakel kreeg dus ‘vergeving’. Met alles er op en er aan. Dit betekent dat alles gereinigd werd. Uitgezuiverd en aan God gewijd. Aan de kwade machten onttrokken. Klaar voor een nieuw begin.

Verzoening ten opzichte van Ambon (e.a.) betekent: We zijn in ons volksverleden besmet. Overal waar bloed vloeit en geweld wordt gepleegd IS er innerlijke ontwrichting. Bij moordenaars en vermoorden. Bij beiden moet een innerlijke genezing der herinneringen plaatsvinden. Want ook volkeren zijn in de volksziel (tegenwoordig noemt men dit het ‘collectief onbewuste’ ) vaak diep gebonden aan negatieve invloeden in het verleden.

Evenals bij de persoonlijke ‘genezing der herinneringen’ komen er belaste herinneringen in ons op. Spontaan. Of door een daad van onze wil. Of door informatie van anderen. Die mogen we in het krachtveld van de Heilige Geest brengen. We ‘laten de Geest in ons werken’. Zodat ze in zijn tegenwoordigheid worden opgelost. Dan kunnen we aanvangen met het vieren van de eeuwige rust van het kwaad, dat door ons ondervonden en/of gedaan is. (Heidelberger Catechismus Zondag 38).

Zo roept de profeet Jeremia voor het hele volk van Juda, collectief, duistere beelden uit het verleden op. Als een wilde ezelin of kemelin in de bronsttijd hebben ze naar elk mannetje, naar elke afgod gesnoven, om zich aan hen religieus te bevredigen. Het hele volk moet zijn ziel hiervan collectief laten reinigen. Dat zal altijd beginnen bij een ‘rest’, bij hen die plaatsvervangend maar alvast gaan doen, waarin ze graag het hele volk willen betrekken. Eventueel begint het zelfs bij slechts 1 enkele die zich hiertoe geroepen heeft. In dit geval de profeet zelf.

Dr. Suurmond en vele anderen hebben in de Molukse crisis naast het geweld der gijzelingen het beeld opgeroepen van geweld, dat in een verder verleden aan Molukkers is gepleegd. Het zijn herinneringsbeelden, die nog diep in het onderbewuste doorwerken, beladen met vloek. En die in Gods licht mogen worden uitgezuiverd.

Er leven (Goddank) tegenover deze negatieve ook positieve beelden in onze volksherinnering voort. Niet de herinneringsbeelden aan een ‘heroisch’ verleden, zoals ze van jongsaf in ons - ook collectief - gevoed en in stand gehouden zijn, in de wijze waarop vaak de vaderlandse geschiedenis werd onderwezen en in sommige vaderlandse liederen! Neen, we bedoelen beelden van ‘rechtvaardigen’, die het in de koloniale gebieden tegen de machten der duisternis hebben opgenomen. Door, met opoffering van zichzelf, de mensen van allerlei druk te bevrijden. We mogen hen ‘gedenken’. Dat is: we mogen ons tot ons diepste wezen met hen identificeren, zoals Spreuken zegt: ‘de gedachtenis der rechtvaardigen zal tot zegen zijn’. (Spreuken 10:7) Wat denkt u bijvoorbeeld van Nommensen, Adriani, Scheurer?

Ons hele volk doet zo iets altijd als we het Wilhelmus met elkaar zingen. Dat gaat veel dieper dan het zich dankbaar herinneren van een historische figuur. Rationeel is het volstrekte onzin nu nog te zingen: ‘de koning van Hispanje, heb ik altijd geeerd’. Maar het gaat om een gebeuren, dat in ons diepste wezen historisch doorwerkt, waardoor de Vader des vaderlands voortgaat ons te zegenen. En roep gerust daarbij bijvoorbeeld ook het beeld van de dokwerker in Amsterdam op. Ook dat gedenkend tegenwoordig stellen mag in die dienst der verzoening betrokken worden.